Digitaal journalen: hoe je begint
Wie zoekt op digitaal journalen twijfelt meestal al tussen een schrift en een scherm. Dat is terecht, want een scherm leidt makkelijker af dan papier en typen gaat sneller dan schrijven, wat niet vanzelfsprekend een voordeel is. Hieronder staat wat digitaal wel en niet oplost, wat je op dag een schrijft, waarom de meeste mensen na een paar dagen stoppen, hoe lang een sessie moet duren en wanneer je iets terugleest. Zoek je eerst het grotere plaatje, dan staat dat op de pagina over journaling.
Wat digitaal anders maakt dan papier
Het grootste verschil zit in waar je journal ligt. Een papieren dagboek ligt in een la, op je nachtkastje of in een tas, dus je moet het eerst gaan pakken. Op de avond dat je het nodig hebt, ligt het vaak net ergens anders, en daarom komt het er zo vaak niet van. Je telefoon heb je al in je hand. Daardoor is digitaal journalen makkelijker om mee te beginnen. Het werkt niet beter, de drempel is alleen lager.
Die lage drempel werkt ook de andere kant op. Op hetzelfde toestel waarop je journalt, zit ook alles wat je juist wilde ontwijken: een melding, een chat, of de neiging om nog even iets op te zoeken. Een schrift heeft die afleiding niet, want het kan niets anders dan leeg zijn. Op een scherm schrijf je dus altijd naast een deur die op een kier staat.
Er is nog een verschil, en dat valt het minst op. Met de hand schrijven gaat langzamer dan typen, en dat is niet alleen een nadeel. Je hand houdt je gedachten niet bij, dus je kiest je woorden vanzelf zorgvuldiger. Voor veel mensen hoort dat kiezen al bij het verwerken. Typen gaat sneller, maar bij journalen gaat het niet om snelheid. Digitaal journalen is dus iets anders dan schrijven op papier, en het levert ook iets anders op.
Wat je op dag een schrijft
De eerste pagina van een dagboek voelt voor bijna iedereen ongemakkelijk. Een leeg vlak geeft je meteen het gevoel dat er iets belangrijks moet staan. Dat hoeft niet, en het helpt om dat gevoel meteen los te laten. Op dag één schrijf je op wat er die dag echt gebeurd is, ook als het niets bijzonders was. Wat je gegeten hebt, hoe je sliep, een gesprek dat bleef hangen, een ergernis over de trein. Je eerste dag hoeft niet diep te gaan.
Begin je liever niet met een leeg vlak, gebruik dan een vaste vraag. Dat werkt vooral op dag één goed. Een vraag maakt van "waar begin ik" gewoon "wat is mijn antwoord". Onderaan deze pagina staat een link naar dertig van zulke vragen, één per dag. Dan hoef je niets te verzinnen op het moment dat dat het lastigst is.
Waarom de meeste mensen na drie dagen stoppen
Bij digitaal journalen is dag drie opvallend vaak het moment waarop mensen afhaken, en dat heeft weinig met discipline te maken. De eerste twee dagen loop je vooral op nieuwsgierigheid: hoe het bijhouden voelt, hoe de app werkt, hoe je pagina eruitziet. Op dag drie is die nieuwsgierigheid meestal op. Dan blijft alleen de vraag over of het ook zonder de moeite waard is. Voor veel mensen is het antwoord dan nog nee, want na drie dagen staat er te weinig om terug te lezen en verschil te zien.
Er speelt nog iets mee dat bij een scherm hoort. Een schrift dat je een paar dagen niet opent, verwijt je niets: het ligt er gewoon. Een app onthoudt of je geweest bent, en sommige apps sturen je daar een melding over. Die melding is bedoeld als steun, maar voelt voor veel mensen eerder als een klus die is blijven liggen. Zo'n klus negeer je makkelijker dan dat je hem oppakt. Open je de app na één gemiste dag toch weer, dan kom je er meestal weer in. Laat je er nog een gemiste dag op volgen, dan ben je in de praktijk vaak klaar.
Hoe lang een sessie hoort te duren
Een journalsessie hoeft niet een bepaalde tijd te duren. Juist het idee dat het minstens tien of vijftien minuten moet, houdt veel mensen op een drukke avond tegen. Op de meeste dagen zijn een paar zinnen genoeg, over wat er gebeurde en hoe dat voelde. Dat kost meestal twee tot vijf minuten. Dat klinkt kort, maar die tijd heb je op een gewone doordeweekse avond ook echt. En zo'n gewoonte houd je langer vol dan een die alleen op een rustige zondag lukt.
Langer schrijven mag natuurlijk, en op een dag met veel te verwerken helpt het vaak ook echt. Kort is dus niet beter dan lang. Alleen is de lengte van vandaag niet de lat voor morgen. Schreef je gisteren twintig minuten en vandaag drie regels, dan heb je niet minder gedaan. Je had gewoon een andere dag.
Wat je terugleest, en wanneer
Teruglezen zegt pas iets als er genoeg staat om een patroon te zien, en na een paar dagen is dat nog niet zo. Na twee tot drie weken staat er meestal genoeg om te zien of iets terugkomt, en niet alleen wat er op één avond gebeurde. Dat is een goed moment om voor het eerst terug te lezen. Lees je na twee dagen al terug, dan lees je vooral je humeur van die twee dagen, en dat zegt weinig.
Waar je op let bij het teruglezen, is minder voor de hand liggend dan het lijkt. Iets diepzinnigs zoeken heeft weinig zin. Kijk liever of hetzelfde onderwerp, dezelfde ergernis of hetzelfde gevoel vaker terugkomt, zonder dat je dat op het moment zelf doorhad. Daarin is een geschreven dagboek, op papier of op een scherm, beter dan je geheugen. Je geheugen onthoudt vooral wat opviel, een dagboek houdt alles vast.
Wat digitaal journalen nu nog niet goed oplost: je kunt een reeks getypte dagen niet zomaar als bestand meenemen buiten de app waarin je schreef. Wil je je tekst ergens anders bewaren, dan moet je hem nog zelf kopiëren en plakken. Dat is geen reden om niet te beginnen. Het is wel goed om te weten voordat er maanden aan tekst staan die je ook ergens anders had willen hebben.
Dertig journal prompts, voor als je liever met een vraag begint dan met een leeg scherm
Houd je dit liever bij in een account dan in een losse app? Maak dan een profiel aan via het portaal. Daar hoort het journal gewoon bij de maand. Niets hiervan maakt digitaal journalen per se beter dan een schrift. Het maakt vooral het beginnen makkelijker, en daar loopt het meestal op vast.
Gratis tot 1 december. Bloome is nu open als beta: je krijgt meteen alles, en er worden geen betaalgegevens gevraagd.