BloomeThe “That Girl” Reset
Inloggen Begin gratis

Journaling: wat het is en hoe je begint

Journaling is schrijven om iets van je dag te begrijpen, niet om het vast te leggen. Wat het is, welke vormen er zijn, en hoe je begint zonder dat het na een week stopt.

Wat journaling is

Journaling is schrijven voor jezelf, met de bedoeling er iets van te begrijpen. Dat is het hele idee. Er is geen publiek, geen vorm die het moet hebben en geen minimum aantal woorden. Het woord komt uit het Engels en heeft in het Nederlands geen goed equivalent. "Een dagboek bijhouden" komt in de buurt maar dekt de lading niet, want dat suggereert dat je vastlegt wat er gebeurd is. Bij journaling is het opschrijven het middel en niet het doel: je schrijft omdat je tijdens het schrijven merkt wat je ergens van vindt.

In de praktijk ziet het er onopvallend uit. Iemand zit vijf minuten met een schrift of een app, beantwoordt een vraag, en gaat verder met de dag. Wat het onderscheidt van gewoon nadenken is dat je het opschrijft, en dat blijkt meer uit te maken dan het klinkt. Een gedachte die in je hoofd blijft rondgaan kan eindeloos rondgaan. Een gedachte die op papier staat is af, en je kunt hem over een maand teruglezen en zien of je er dan nog zo over denkt.

Dat teruglezen is waar de meeste mensen het nut pas van inzien, en dat is meteen het lastige eraan: het duurt een paar maanden voordat er iets te herlezen valt. De eerste weken voelt het vooral als een taak. Daarna wordt het pas iets.

Wat het verschil is met een dagboek

In het dagelijks gebruik is er geen verschil en worden de woorden door elkaar gebruikt. Zoek je op "online dagboek" of op "journaling", dan kom je grotendeels bij hetzelfde uit. Toch is er een onderscheid dat de moeite waard is, en het zit in de vraag waarop je antwoord geeft. Een dagboek beantwoordt "wat is er gebeurd". Een journal beantwoordt "wat vond ik daarvan en wat doe ik ermee". Het eerste is een verslag, het tweede is een gesprek met jezelf.

Dat verschil heeft praktische gevolgen. Een dagboek kun je jaren bijhouden zonder ooit iets terug te lezen; de waarde zit in het bewaren. Bij een journal is het teruglezen juist het punt, want daar zie je patronen die je op de dag zelf mist: dat je elke keer in dezelfde week van de maand vastloopt, of dat je stemming meer met je slaap te maken heeft dan met je werk.

Een tweede gevolg: een dagboek begin je bij een lege pagina, een journal vaker bij een vraag. Dat klinkt als een detail en is het niet. De meeste mensen die stoppen, stoppen op dat lege blad. Wat je het noemt maakt uiteindelijk weinig uit. Wat uitmaakt is of je iets opschrijft waar je later iets aan hebt.

De vijf vormen die je tegenkomt

Vrijwel alles wat je over journaling leest valt onder een van deze vijf. Ze sluiten elkaar niet uit en de meeste mensen combineren er twee.

Vrij schrijven. Je zet een wekker op tien minuten en schrijft door tot hij afgaat, zonder te sturen en zonder terug te lezen. Bedoeld om je hoofd leeg te maken, niet om iets moois te maken. Het werkt goed op een dag dat er te veel tegelijk speelt en slecht op een dag dat je geen idee hebt waar te beginnen, want dan staar je alsnog naar niets.

Schrijven op een prompt. Je beantwoordt een vaste vraag, bijvoorbeeld "wat heb je vandaag gedaan dat niemand anders zag". Dit is de makkelijkste vorm om mee te beginnen, omdat de keuze waar je over schrijft al voor je gemaakt is. Wil je gewoon starten, dan staan er dertig journal prompts klaar, een voor elke dag van de maand.

Dankbaarheidsjournal. Elke dag drie dingen die goed gingen, hoe klein ook. Deze vorm heeft een slechte naam omdat hij op een tegeltje past, en toch is het de vorm waar mensen maanden later het meest op terugbladeren. Niet omdat je je er op het moment zelf beter door voelt, maar omdat je later leest dat er in een week die je je herinnert als verschrikkelijk toch elke dag iets stond.

Bullet journal. Een systeem van korte regels en symbolen waarin je taken, afspraken en aantekeningen door elkaar bijhoudt. Strikt genomen is dit meer een planningsmethode dan journaling, en het loopt in de praktijk vaak vast op de opmaak: mensen besteden meer tijd aan het tekenen van het schema dan aan het invullen. Wil je alleen het planningsdeel, dan is een weekplanner minder werk.

Reflectiejournal. Niet dagelijks maar wekelijks of maandelijks, met vaste vragen: wat ging goed, wat kostte energie, wat doe ik anders. Dit is de vorm met het minste onderhoud en het meeste rendement, en tegelijk de vorm die je het snelst overslaat, omdat er geen dagelijkse aanleiding is.

Hoe je begint als je nog nooit geschreven hebt

Begin kleiner dan je denkt dat nodig is. Niet een half uur, niet drie pagina's, maar één vraag en vijf minuten. De eerste week gaat niet over de inhoud maar over de vraag of je het überhaupt opent, en die vraag beantwoord je makkelijker als de drempel bijna nul is.

Kies daarna één plek. Een schrift dat op je nachtkastje ligt of één app, niet allebei "om te kijken wat fijner werkt". Twee plekken betekent elke dag een keuze, en een keuze is precies waar je op vastloopt. Hetzelfde geldt voor het moment: kies er één en hang hem aan iets dat je toch al doet, zoals de eerste koffie of het opladen van je telefoon.

Wat je op dag één schrijft doet er minder toe dan waar je het schrijft en wanneer. Wil je meteen digitaal beginnen, dan staat in digitaal journalen: hoe je begint wat er anders is dan op papier en wat je die eerste dag invult. Bouw je liever eerst het moment, kijk dan naar het opbouwen van een ochtendroutine die je wel volhoudt: journaling is daar een prima eerste steen voor, omdat het vijf minuten kost en geen spullen vraagt.

Hoe lang een sessie duurt

Vijf tot tien minuten, en langer is niet beter. Een sessie van een half uur voelt de eerste keer goed en is precies de reden dat je het de dag erna overslaat: je hebt onbewust de lat op een half uur gelegd, en op een drukke dag haal je die niet, dus doe je niets. Zet desnoods een wekker en stop als hij afgaat, ook midden in een zin. Dat laatste voelt raar en werkt: je begint de volgende dag makkelijker als er nog iets af moet.

Op de vraag hoe vaak: liever elke dag vijf minuten dan één keer per week een uur. Niet omdat dagelijks heilig is, maar omdat je bij dagelijks niet hoeft na te denken over of het vandaag moet. Die afweging is de duurste stap van het hele proces.

Waar journaling niet voor is

Journaling is geen therapie en geen vervanging daarvan. Het is nuttig om te ordenen wat er in je hoofd zit, en het is ongeschikt om iets te verwerken waar je niet alleen uitkomt. Merk je dat schrijven je somberder maakt in plaats van rustiger, of dat je elke sessie in dezelfde donkere ronde blijft draaien, dan is dat een reden om het met iemand te bespreken en niet om harder door te schrijven.

Het is ook geen productiviteitsinstrument, al wordt het vaak zo verkocht. Er bestaat geen ochtendritueel dat je output verdubbelt, en een journal maakt je niet gedisciplineerder. Wat het wel doet is zichtbaar maken wat er al gebeurt, en dat is minder spectaculair en een stuk bruikbaarder.

Ten slotte hoeft het niet mooi te zijn. De foto's van uitgewerkte pagina's met handlettering en washi tape zijn een hobby op zich en geen onderdeel van journaling. Ze schrikken bovendien precies de mensen af die er het meest aan zouden hebben, want ze suggereren dat je iets moet kunnen. Je hoeft niets te kunnen. Slordige zinnen in een goedkoop schrift tellen net zo goed.

Wat je doet als je vastloopt

Er zijn twee soorten vastlopen en ze vragen om iets anders. De eerste is dat je zit en niets weet. Dat is een probleem van de lege pagina en het is op te lossen met een vraag: pak een prompt, ook al past hij niet bij je dag. Je hoeft hem niet eerlijk te beantwoorden om erdoorheen te komen.

De tweede is dat je stopt met openen, en die is hardnekkiger. Dat gebeurt zelden op dag twee en bijna altijd ergens rond de tweede week, wanneer de nieuwigheid weg is en het resultaat nog niet zichtbaar. In waarom je een gewoonte rond dag 15 opgeeft staat wat er dan precies gebeurt en waarom strenger zijn averechts werkt.

Praktisch: maak de gewoonte kleiner in plaats van jezelf strenger. Eén regel telt ook. En houd los bij of je geschreven hebt, bijvoorbeeld met een habit tracker, want een gemiste dag zie je dan aankomen in plaats van achteraf. De grens ligt niet bij één gemiste dag maar bij twee achter elkaar.

Digitaal of op papier

Papier heeft twee echte voordelen. Het ligt in beeld, dus je komt het tegen zonder iets te openen, en er zit geen enkele afleiding in: een schrift kan je geen melding sturen. Het nadeel is dat een schrift niets terugvindt. Wil je weten wat je vorig jaar in september schreef, dan blader je.

Digitaal draait het om. Zoeken en terugbladeren gaan vanzelf, je hebt het altijd bij je, en een goede opzet bewaart ook je stemming en je gewoontes zodat je patronen ziet die je met de hand nooit zou opmerken. Het nadeel is de afleiding: schrijven in een app op een telefoon vol meldingen gaat drie van de vijf keer mis.

Er is geen goed antwoord, alleen een praktische regel. Loop je vast op vergeten, kies dan papier en leg het in beeld. Loop je vast op afhaken na een paar weken, kies dan digitaal, want dan heb je iets om op terug te kijken op het moment dat je motivatie op is. Dat terugkijken is het enige dat op dat punt nog werkt.

Veelgestelde vragen

Wat is journaling precies?

Schrijven voor jezelf om iets van je dag of je gedachten te begrijpen. Er is geen vaste vorm en geen minimumlengte. Het verschil met gewoon nadenken is dat je het opschrijft, waardoor je het later kunt teruglezen en patronen ziet die je op de dag zelf mist.

Is journaling hetzelfde als een dagboek bijhouden?

In het dagelijks gebruik wel, en de woorden worden door elkaar gebruikt. Is er een verschil, dan dit: een dagboek legt vast wat er gebeurde, een journal is bedoeld om er iets van te leren. Een dagboek kun je bijhouden zonder ooit terug te lezen, bij een journal is het teruglezen het punt.

Hoe begin je met journaling?

Met één vraag en vijf minuten, op één vaste plek en op één vast moment. Niet met een half uur en niet met twee apps naast elkaar. De eerste week gaat niet over wat je schrijft maar over de vraag of je het opent, en dat lukt alleen als de drempel bijna nul is.

Hoe vaak moet je journalen?

Liever elke dag vijf minuten dan één keer per week een uur. Niet omdat dagelijks beter is, maar omdat je dan niet hoeft af te wegen of het vandaag moet. Die afweging kost meer dan het schrijven zelf. Een gemiste dag betekent niets; twee achter elkaar is het moment om de gewoonte kleiner te maken.

Helpt journaling echt of is het een hype?

Wat je er in de praktijk aan hebt, merk je pas als je een paar maanden terug kunt lezen: dan zie je terugkerende patronen die je op de dag zelf niet ziet. De eerste weken voelt het vooral als een taak, en dat is ook precies waar de meeste mensen stoppen. Wie claimt dat het binnen een week je leven verandert, verkoopt iets.

Alles hierboven kun je met een schrift en een wekker doen, en dat is geen valse bescheidenheid. Waar het bij Bloome anders gaat, is het teruglezen: het journal in het portaal bewaart wat je elke dag schrijft, samen met je stemming en je gewoontes, zodat je na een paar maanden het patroon ziet in plaats van losse dagen. Wil je dat proberen, dan kan dat via het portaal.

Gratis tot 1 december. Bloome is nu open als beta: je krijgt meteen alles, en er worden geen betaalgegevens gevraagd.