BloomeThe “That Girl” Reset
Inloggen Begin gratis

Waarom je een gewoonte rond dag 15 opgeeft

De eerste twee weken van een nieuwe gewoonte lopen grotendeels op nieuwigheid. Rond dag 15 is die op, en pas dan blijkt of er onder die eerste motivatie ook een systeem zat dat het overneemt. Dat geldt voor sporten net zo goed als voor journaling.

De eerste week kost niets, de tweede wel

In de eerste dagen van iets nieuws werkt de nieuwigheid zelf al mee. Een net gekochte tracker die nog helemaal leeg is, een dagboek zonder één ingevulde bladzijde, een goed voornemen dat nog geen kans heeft gehad om te mislukken: dat soort dingen trekt uit zichzelf aandacht, los van of de gewoonte er goed bij past. Die aantrekkingskracht is precies wat na een dag of tien opraakt. Het dagboek is niet meer nieuw, de tracker heeft al een paar hokjes die er niet meer spannend uitzien, en wat overblijft is de gewoonte zelf, zonder de glans eromheen. Dan blijkt pas of hij ook zonder die glans overeind blijft. De eerste week meet vooral hoe leuk iets nieuw is. De tweede week meet iets heel anders, namelijk of het ook werkt op een dinsdag waarop er niets bijzonders aan de hand is.

Dat verklaart ook waarom advies dat zich vooral op een goed begin richt zo weinig oplevert. Een sterke eerste week lukt bijna iedereen, want er is nog niets om tegen aan te lopen. De vraag die er echt toe doet gaat over wat er gebeurt zodra het gewone leven de gewoonte weer inhaalt, en dat moment valt zelden in de eerste week.

Een gemiste dag is geen mislukking, twee wel

Er zit een duidelijk verschil tussen één keer overslaan en twee keer op rij overslaan, en dat verschil komt in de meeste adviezen nauwelijks aan bod. Eén gemiste dag is ruis. Een drukke avond, een kind dat niet wil slapen, hoofdpijn die alles onmogelijk maakt: dat gebeurt gewoon, en de dag erna pak je het weer op zonder dat er iets structureels veranderd is. Twee gemiste dagen op rij zijn iets anders. Dan begint het te voelen alsof de gewoonte toch al aan het wegglijden was, en die gedachte alleen al maakt een derde gemiste dag een stuk waarschijnlijker. Niet omdat er dan ineens minder tijd is, maar omdat opnieuw beginnen op dat moment ineens meer voelt dan gewoon doorgaan.

Wie dit weet, gaat anders om met die eerste gemiste dag. Niet als een teken dat het weer misgaat, maar als het enige moment waarop het er echt toe doet dat de dag erna wél lukt. Dat is een minder opwindende manier om ernaar te kijken dan een schuldgevoel, maar hij werkt beter. Een schuldgevoel lost niets op, en een tweede gemiste dag wél iets aantoont.

Waarom een streak je uiteindelijk tegenwerkt

Een streak is bedacht als motivatie, en in de eerste weken werkt dat ook zo: elk cijfer hoger voelt als vooruitgang. Het kantelpunt zit in wat er gebeurt zodra de streak breekt. Op dat moment verlies je niet alleen die ene dag, maar in je hoofd ook alles wat je tot dan toe had opgebouwd, want het cijfer springt terug naar nul en het gevoel van vooruitgang gaat in één klap mee. Voor veel mensen is dat precies het moment waarop ze stoppen, niet omdat de gewoonte zelf niet meer werkte, maar omdat een teller op nul een groter verlies lijkt dan het feitelijk is. Een gewoonte die je veertig van de laatste vijfenveertig dagen deed, is een prima gewoonte. Een streak-teller die net op drie staat na een reset vertelt daar helemaal niets over, en toch is dat teller vaak wat de doorslag geeft tussen doorgaan en stoppen.

Ook de tracker in Bloome telt gewoon een streak, want een simpel getal is nu eenmaal makkelijker te lezen dan een percentage over de hele maand. Dat is een compromis, geen oplossing. Het probleem hierboven verdwijnt er niet door, het wordt er alleen zichtbaar door.

Maak hem kleiner in plaats van strenger

De gewoonste reactie op een mislukte week is de regels aanscherpen: voortaan geen uitzonderingen meer, geen slechte dagen meer toegestaan. Dat werkt averechts, want het vervelende gevoel wordt alleen maar groter zodra de volgende slechte dag zich onvermijdelijk aandient. Beter werkt het andersom. Maak de gewoonte kleiner voor de dagen dat het tegenzit, en beslis dat vooraf, niet op het moment zelf.

Wie 's ochtends besluit om het vandaag maar over te slaan, heeft op dat moment ook meteen alle argumenten paraat waarom dat prima is. Wie vooraf al heeft vastgelegd wat de kleinste versie is, zoals twee minuten wandelen in plaats van dertig of één regel in het journal in plaats van een hele bladzijde, hoeft op een slechte dag geen argument meer te verzinnen. Er ligt al een besluit klaar, en dat is precies wat een slechte dag te weinig heeft: energie om zelf nog iets te bedenken.

Wat je nodig hebt om het te zien aankomen

Het lastigste aan dag 15 is dat je hem niet aan voelt komen. Er is geen aankondiging, geen slechte dag die er duidelijk uitspringt, alleen een geleidelijk wegzakken dat pas achteraf een patroon blijkt te zijn geweest. Het enige dat dat patroon zichtbaar maakt vóórdat het te laat is, is iets dat je dagelijkse gedrag vastlegt in plaats van je gevoel erover. Een gewoonte die je alleen in je hoofd bijhoudt, laat zich makkelijk mooier voorstellen dan hij is. Een paar lege hokjes op rij liegen daar niet over.

De gewoonte tracker, om per dag bij te houden of het lukte

Wat je doet als je liever met een vast dagritme werkt dan met losse gewoontes

Wie dit liever ergens laat bijhouden in plaats van het zelf te onthouden, kan een account maken via het portaal, waar de tracker gewoon onderdeel is van het maandjournal. Niets van het bovenstaande maakt dag 15 makkelijk. Het maakt hem alleen een dag als een andere, in plaats van het moment waarop alles wordt beslist. De meeste mensen die een gewoonte uiteindelijk wél volhouden, hebben op enig moment ook gewoon twee dagen gemist en zijn daarna, zonder er iets van te maken, weer verdergegaan.

Gratis tot 1 december. Bloome is nu open als beta: je krijgt meteen alles, en er worden geen betaalgegevens gevraagd.